Hoofdrolspelers
YASSER ARAFAT: president van
Palestina
Yasser
Arafat is de leider van de Palestijnse Autoriteit en de voorzitter van de Palestine
Liberation Organisation (PLO), een koepelorganisatie gevormd door
Palestijnse groeperingen in 1964.
De Israëli’s
beschouwden hem als de verantwoordelijke voor veel terroristische aanslagen
tijdens het conflict tussen Israël en Palestina. In 1988 verklaarde Arafat
echter dat de PLO het terrorisme afzwoer en het recht van alle betrokken
partijen erkende om in vrede te leven.
In 1993 ondertekenden Arafat en toenmalig Israëlische premier Yitzhak Rabin de
Oslo-vredesakkoorden. Die akkoorden beoogden naast de geleidelijke terugkeer van
de Israëlische troepen uit de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever, ook de
oprichting van de Palestijnse Auroriteit als (Palestijns) bestuursorgaan in de
bezette gebieden. Arafat, Rabin en de toenmalige Israëlische minister van
Buitenlandse Zaken Shimon Peres kregen voor hun inspanningen de Nobelprijs voor
de Vrede.
Na het begin van de tweede intifada in het najaar van 2000 verklaarden zowel de
Israëli’s als de Palestijnen de Oslo-akkoorden dood. De huidige Israëlische
eerste minister Ariël Sharon gaf Arafat de schuld van het geweld en weigerde
verder te onderhandelen voor daar een einde aan kwam. Arafat gaf op zijn beurt
de Israëlische regering de schuld van het geweld. Volgens de Palestijnse
president wilde die haar gebied uitbreiden en haar wil en beleid opleggen aan
het Palestijnse volk.
Ook in de nieuwe vredesonderhanderlingen rond de road map speelt Yasser
Arafat een belangrijke rol. Voor het Palestijnse volk is hij immers nog steeds
de onwrikbare leider, die niet gezwicht is voor Israëlische druk. Hoewel hij
voor de Israëli’s en voor de Amerikanen geen officiële gesprekspartner meer
is, blijft Arafat achter de schermen aan sommige touwtjes trekken.
MAHMOUD ABBAS: Palestijns premier
Mahmoud
Abbas was jarenlang Arafats rechterhand binnen de PLO,
alsook ambassadeur voor de organisatie in Moskou. Door zijn uitgebreide
ervaring met vredesonderhandelingen, was hij een van de hoofdrolspelers tijdens
de geheime gesprekken die leidden tot de Oslo-akkoorden in 1993.
Abbas werd in maart 2003 verkozen tot premier van Palestina, een functie die toen voor het eerst opgenomen werd. Na een politieke machtsstrijd met Yasser Arafat stelde Abbas een regering samen, die later werd goedgekeurd door het Palestijnse parlement.
Als
premier heeft Abbas, beter bekend als Abu Mazen, twee gezichten. Enerzijds is
hij een aanvaardbare gesprekspartner voor Israël en het Westen, anderzijds
vindt een deel van het Palestijnse volk dat hij te veel toegevingen doet aan
Israël.
In zijn nauwelijks honderd dagen als premier slaagde Abbas er niet in bij de
Palestijnen gezag te verwerven. Hij verweet zowat alle betrokken partijen
tegenwerking. Na een machtsstrijd met Arafat, die begon op de dag dat Abbas als
premier benoemd werd, diende Abbas op 6 september zijn ontslag in. Aanblijven en
een open conflict met Arafat riskeren zag hij niet meer zitten.
AHMED QOREI: opvolger van Abbas
Na het
aftreden van Abbas moest snel een geloofwaardige opvolger gevonden worden, die
aanvaardbaar was voor beide partijen. De schijnwerpers vielen haast onmiddellijk
op Ahmed Qorei.
Vanuit Palestijns standpunt heeft Qorei, ook bekend onder zijn bijnaam Abou Ala,
één voordeel: het is Arafat zelf die hem in de stoel van premier
gemanoeuvreerd heeft. Qorei zal ongetwijfeld nauw met de president willen
samenwerken, de bevoegdheidsconflicten zouden beperkt moeten zijn.
De figuur van Qorei is voor de EU en voor de VS aanvaardbaar. Hij is één van
de grondleggers van het Oslo-proces, het ondertussen ter ziele gegane plan dat
voor het eerst vrede tussen Israëli's en Palestijnen in het vooruitzicht
stelde. Zijn gematigde standpunten leverden hem veel goodwill in de VS op.
SHEIKH
YASSIN: spiritueel leider van Hamas
Sheikh
Ahmed Yassin stichtte de Hamas-beweging in 1987 en wordt nog altijd beschouwd
als de spirituele leider van de organisatie. In de Gazastrook en op de
Westelijke Jordaanoever staat Hamas bekend voor humanitaire inspanningen. De
militaire vleugel van Hamas, Izzedine al-Quassam, geeft onomwonden toe dat ze
zelfmoordaanslagen pleegt die tot nu toe al honderden mensen in Israël doodden.
Hamas eiste verscheidene aanslagen op tijdens de laatste spiraal van geweld.
Hamas kantte zich steeds hevig tegen eerdere vredesovereenkomsten met Israëli’s.
Hoewel de organisatie onder bepaalde voorwaarden hun gewapende strijd tegen Israël
wilden staken omwille van het nieuwe vredesplan, verklaarde Hammas na de eerste
topontmoeting tussen Sharon en Abbas (op 3 juni 2003) die strijd onverminderd te
zullen voortzetten. De organisatie houdt vast aan de overtuiging dat de
vernieting van de staat Israël een religieuze plicht is.
Het
Israëlische gerecht veroordeelde Yassin in 1989 omdat hij Hamas-leden bevolen
had om twee Israëlische soldaten te ontvoeren en te doden. Hij kreeg hiervoor
levenslang maar werd in 1997 vrijgelaten na onderhandelingen door (de inmiddels
overleden) koning Hoessein van Jordanië. Hoessein vroeg Israël Yassin vrij te
laten in ruil voor twee Israëlische geheime agenten, die een mislukte aanslag
hadden gepleegd op Khalid Mishaal, een Hamas-leider in Jordanië.
Op 22 maart 2004 wordt
sjeik Ahmed Yassin
gedood door Israëlische gevechtshelikopters. Khaled Meshal de Al-Rantissi
leider in Gaza wordt zijn opvolger.
ARIEL SHARON:
premier van Israël
Ariël
Sharon behaalde in februari 2001 een verpletterende overwinning op Ehud Barak
tijdens speciale verkiezingen om het premierschap. Zijn overwinning ging wel
gepaard met de laagste opkomst tijdens Israëlische verkiezingen ooit: waar
normaal gezien zo’n 80% procent van de Israëli’s zijn stem uitbrengt, trok
nu slechts 62% van de geregistreerde kiezers naar de stembus.
Sharon,
een ex-generaal, won de verkiezingen door te beloven niet met de Palestijnen te
onderhandelen zonder garanties omtrent Israëls veiligheid. Een belofte die
populair bleek bij de meerderheid van de Israëli’s, maar problematisch voor
zij die vinden dat Israël een compromis moet sluiten om een akkoord te bereiken
met de Palestijnen.
Het Palestijnse wantrouwen ten opzichte groeide sterk toen een officieel Israëlisch
onderzoek aantoonde dat Sharon indirect verantwoordelijk was voor de slachting
van honderden Palestijnen in de vluchtelingenkampen van Sabra en Shatila bij
Beiroet, Libanon. Sharon leidde als minister van Defensie de Israëlische
invasie in Libanon (1982).
De
Palestijnen gaven Sharon ook de schuld van het geweld dat in 2000 uitbrak, na
zijn omstreden bezoek aan de Tempelberg op 28 september 2000. Sharon zei
daarentegen dat zijn bezoek als een vredesboodschap bedoeld was en dat het
Palestijns geweld dat daarna uitbrak georchestreerd was door de Palestijnse
Autoriteit.
Bij het begin van de onderhandelingen rond de road map stelde Sharon zich
gematigder op dan we tot dan toe van hem gewend waren. Hij verklaarde onder meer
dat de -bezetting van Palestina slecht is voor zowel Israëli’s als
Palestijnen- en dat de illegale joodse buitenposten zullen ontmanteld worden.
Hoe oprecht de houding van Sharon ten opzichte van het nieuwe vredesplan is, zal
in de toekomst moeten blijken.
GEORGE W. BUSH: president van de Verenigde Staten
George
W. Bush, de zoon van de vroegere Amerikaanse president George Bush en voormalig
gouverneur van Texas, volgde Bill Clinton op als president van de Verenigde
Staten op 20 januari 2001. Op dat moment woedde het geweld tussen Israëli’s
en Palestijnen volop.
De Amerikaanse president spoorde -vaak bij monde van de minister van
Buitenlandse Zaken Colin Powell- zowel de Palestijnse president Yasser Arafat
als de Israëlische premier Ariël Sharon aan om al het mogelijke te doen om een
einde te maken aan het conflict tussen Israëli’s en Palestijnen. Het duurde
echter tot de eerste onderhandelingen rond de road map vooraleer Bush
zelf een leidende rol opnam in de vredesgesprekken.
COLIN
POWELL: Amerikaans minister van Buitenlandse Zaken
De
Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell was onder de vroegere
V.S.-president Ronald Reagan nationaal veiligheidsadviseur. Onder de vader van
de huidige president was hij een vier-sterren-generaal en speelde hij een
belangrijke rol tijdens de Golfoorlog van 1989. Diezelfde George Bush sr.
Benoemde hem tot voorzitter van de Joint Chiefs of Staff.
Al tijdens zijn eerste rondreis als minister van Buitenlandse Zaken trok Powell
naar het Midden-Oosten. Hij sprak er met de nieuwe Israëlische premier Ariël
Sharon, diens voorganger Ehud Barak, de Egyptische president Hosni Mubarak en de
Palestijnse president Yasser Arafat.
Powell verrichtte heel wat voorbereidend werk voor de onderhandelingen rond het
nieuwe vredesplan,de inmiddels bekende road map. Zo maakte hij in mei
2003 een rondreis door Israël en Palestina, waarna hij verklaarde dat de
"voorwaarden voor de uitvoering van dat plan vervuld waren". Kort na
die verklaring flakkerde het geweld weer op. Radicale islamitische groeperingen
lieten na Powells bezoek ook weten niet te zullen stoppen met aanslagen zolang
de Israëlische bezetting voortduurt.
HOSNE
MUBARAK president van de Arabische Republiek van Egypte
De opvolger van Sadat, president Hosne Mubarak zet deze gematigde politiek
voort. Hij spreekt zich met regelmaat uit tegen terroristische acties op
burgerdoelen en voor normalisering van de betrekkingen van Israël en de
Arabische landen. Toch lijkt aan zijn begrip een eind te komen. Tijdens de Camp
David bijeenkomsten onder leiding van president Clinton in 2000 en Bush in 2002
benadrukt hij nogmaals dat vrede alleen mogelijk is als Israël zich terugtrekt
uit alle bezette gebieden. Hij roept de Verenigde Staten op druk uit te oefenen
op Israël. Wanneer Israël begint met de deportatie van familie van
zelfmoordcommando's trekt Egypte uit protest z'n ambassadeur uit Israël terug.
De betrekkingen tussen Israël en Egypte zijn op dit moment koel.
Koning
Abdullah II van Jordanië
Abdullah volgt in 1999 zijn overleden vader Koning Hussein op. Als Koning
Abdullah II stelt hij in 1999 voor om Jeruzalem hoofdstad te maken van Israël
én van de Palestijnse staat. Barak gaat in 2000 met dit voorstel akkoord. In
beide kampen zijn er tegenstanders die fel tegen de deling van Jeruzalem zijn.
Barak's opvolger Sharon verwerpt het idee.
Hanan
Mikhail Ashram: Palestijns politica
Hanan Mikhail Ashram vertegenwoordigt de gematigde partij van de Palestijnen. Ze
was lid van een Palestijnse stuurgroep en lid van de delegatie ijdens de
vredesonderhandelingen in Madrid en Washington. Ze is een pragmaticus en heeft
veel gedaan om een dialoog tussen Israëli's en Palestijnen tot stand te
brengen. Ze is een tijdje lang genoemd als mogelijke opvolger van Arafat, maar
de laatste tijd horen we minder van haar.
Simon
Peres, minister van Buitenlandse Zaken van Israël
Na de moord op Premier Rabin in 1995 wordt Peres premier van Israël, totdat hij
in 1999 met een flinterdun verschil verslagen wordt door Netanyahu. Hij is de
huidige minister van Buitenlandse Zaken. Peres een voorstander van een vreedzame
oplossing van het conflict en wordt beschouwd als de motor achter de Israëlisch-Palestijnse
Oslo Akkoorden.
Hij lijkt de 'duif' in het kabinet-Sharon, die het moeilijk heeft tegenover de
vele havikken in het kabinet.